Recensie

Door: Richard Weiner (vertaald uit het Engels door Joop Hoekstra)

Het uitvoeren van Tchaikovsky’s pianocyclus De Seizoenen is voor de professional een speciale uitdaging. Deze twaalf korte stukken voor piano solo werden in 1875 geschreven, in de periode tussen de première van het Eerste Pianoconcert en de voltooiing van Het Zwanenmeer. Zij vallen nog binnen het technisch bereik van getalenteerde amateurs. Het probleem voor beroepsmusici is om de bedoeling van de componist uit te drukken zonder de eigen signatuur de boventoon te laten voeren. Tchaikovsky schreef maar weinig stukken voor piano solo en deze werken worden vaak aangegrepen voor een demonstratie van de virtuositeit van de uitvoerder. Het is erg verleidelijk om naar diepgang in deze eenvoudige werken te graven, om te pronken met vingervlugheid, of om ze al te romantisch te laten klinken. Maar in De Seizoenen toont Tchaikovsky zich juist in een luchtige stemming en in de uitvoering moet die luchtigheid ook naar voren komen.
Kamilla Bystrova, die in Moskou haar diploma aan dezelfde opleiding behaalde waar ook Richter en Gilels studeerden, treft in haar uitvoering precies de juiste balans. Haar Januari (Aan het haardvuur) is als een zachte meditatie, vol tederheid gespeeld. Februari (Carnaval) is helder en vrolijk, bijna stralend – maar volkomen passend bij Tchaikovsky’s intenties, niet louter een vertoon van Bystrova’s indrukwekkende vaardigheid op de piano. April (Sneeuwklokje) is teer, maar nooit te broos. Mei (Sterrenachten) begint met briesjes zo zacht, dat alleen iemand die in Rusland geboren is de volledige lading ervan kan invoelen. In haarversie van Juni (Barcarolle) vindt Bystrova het juiste evenwicht tussen sentiment en pathos.
Tchaikovsky werd beïnvloed door Schumann en Bystrova geeft daar in deze cyclus voortdurend blijk van: kleur en toon zijn die van de Duitse componist, maar het Russische karakter gaat nergens verloren. Zij laat zien dat de twaalf stukken zelfstandige composities zijn en niet één lyrisch klankdicht vormen; de onderliggende, typische dansthema’s zijn duidelijk te herkennen, telkens als zij te voorschijn komen. Er bestaan veel interpretaties van De Seizoenen, te beginnen met de versie van Rachmaninov, maar het lukt weinig uitvoerders om het genie van Tchaikovsky over het voetlicht te brengen zonder een al te persoonlijk stempel op de compositie te drukken. Juist door haar glasheldere weergave van de bedoelingen van de componist, plaatst Bystrova zich midden in de schijnwerpers.

 

Door: Jan de Kruijff / www.musicalifeiten.nl

Waarom Tchaikovsky zijn pianocyclus nogal verwarrend de naam De seizoenen gaf en niet gewoon De maanden? Waarschijnlijk niet omdat hij niets van Vivaldi en diens nu sinds ruim 60 jaren populaire opus magnum en nog niets kon weten van Glazoenovs ballet uit 1899.
Elk van de twaalf maanden wordt in een kort karakterstukje getypeerd. Te beginnen in januari ‘aan de haard’, en verder onder meer in maart het ‘Lied van de leeuwerik’, in april met ‘het sneeuwklokje’ (Russische winters kunnen lang duren),  in augustus met ‘De oogst’ en in december met ‘Kerstmis’.
Muziek waarin veel van de verbeeldingskracht van de vertolker. Dat de Russische, gelukkig in Nederland bij het Koninklijk Conservatorium neergestreken pianiste Kamilla Bystrova daarover beschikt, is niet verwonderlijk gezien haar veelzijdigheid. Deze blijkt uit liedbewerkingen van Schumann en Tchaikovsky en van Schuberts Winterreise voor pianosolo. En buiten de muziekwereld uit haar schilderijen, tekeningen en sculpturen.
Eigen initiatief toont Bystrova ook door haar vermoedelijk eerste cd die in eigen beheer is uitgegeven. Ze toont zich vooral gevoelig voor de vriendelijker, meer in gedachten verzonken deeltjes die ze met warme, heldere toon vertolkt: januari, maart, mei, juni en oktober zijn mooie voorbeelden van sfeervolle rust. Maar ook de fellere deeltjes als februari, juli en september komen weinig te kort. Aan het gewenste karakter ontbreekt het geen moment.